|
Verslag van de Directie over het boekjaar 2007 Introductie (A.J.L. Slippens) De heer A. Slippens heet de aanwezigen welkom. Gelet op zijn reeds eerder aangekondigde vertrek in september 2008, is deze algemene vergadering van aandeelhouders normaal gesproken de laatste waarbij hij als voorzitter van de directie van Sligro Food Group N.V. aanwezig zal zijn. De heer Slippens geeft aan dat hij, met oog op zijn vertrek in september, aan het eind van deze aandeelhoudersvergadering graag nog even het woord zal richten tot de aandeelhouders.
Aangezien de heer A. Slippens dus niet meer het gehele lopende jaar in functie zal zijn, zullen de vooruitzichten over 2008 zo dadelijk niet door hem, maar door zijn opvolger, de heer K. Slippens, worden besproken.
Een ander nieuwtje is dat, nadat de heer Van Rozendaal de cijfers heeft toegelicht, een virtuele rondgang door het bedrijf gegeven zal worden in vorm van een bedrijfsfilm. Mede hierom vervalt de gebruikelijke rondleiding na de aandeelhoudersvergadering. Na de film zal de heer Voets een presentatie houden over Foodretail. Daarna zal de heer K. Slippens een toelichting geven op Foodservice en de vooruitzichten voor 2008.
Jaarcijfers (H.L. van Rozendaal) De heer Van Rozendaal licht in zijn presentatie de cijfers over 2007 toe. Hij begint met de winst- en verliesrekening.
De totale omzet is in 2007 met 24,4 % toegenomen van € 1.661 miljoen in 2006 tot € 2.066 miljoen in 2007. Conform de eigen voorspelling werd in de week voor Kerstmis de grens van € 2 miljard omzet overschreden. Van de omzettoename is € 93 miljoen autonome groei en het overige gedeelte is het gevolg van overnames. Dat laatste betreft in de eerste plaats overname van de supermarkten van Edah die in 2007 zijn omgebouwd naar EM-TÉ en Golff. In de tweede plaats betreft dat ook Inversco. Dat bedrijf werd eind mei 2006 overgenomen, zodat in de cijfers van 2007, ten opzichte van de cijfers van 2006, 20 weken extra omzet van Inversco is opgenomen.
De autonome groei van de omzet van € 93 miljoen is een toename van 6,7 %. Dat is een belangrijke verbetering ten opzichte van 2006, toen de autonome groei slechts 1,7 % was. Die extra groei is met name in de foodserviceactiviteiten tot stand gekomen waar een autonome groei werd gerealiseerd van 7,1 %.
De brutowinst is ook toegenomen. Van € 359 miljoen in 2006 naar € 473 miljoen in 2007. Uitgedrukt in een percentage van de omzet bedraagt de brutowinst in 2006 21,6 % en in 2007 22,9 %. Een stijging derhalve van 1,3 % van dit percentage. Deze toename hangt vooral samen met de gewijzigde mix van de bedrijfsactiviteiten. Bij Inversco zorgen de productieactiviteiten voor meer toegevoegde waarde en dus voor een hogere brutowinst. In Foodretail is door de groei van EM-TÉ sprake van een groter aandeel detailhandelsactiviteiten in vergelijking met de groothandelshandelactiviteiten. Ook dit betekent meer toegevoegde waarde en dus een hogere brutowinst. De verschuiving in de mix van bedrijfsactiviteiten betekent niet alleen een hogere brutowinst, maar leidt ook tot hogere kosten. Dus of deze verschuiving in de mix van bedrijfsactiviteiten per saldo ook gunstig uitpakt op het eindresultaat is een tweede vraag
Voor wat betreft de kosten wordt onder meer ook gewezen op de invloed van de energieprijzen in het algemeen en de prijs van electriciteit in bijzonder. Eind 2006 liep een gunstig meerjarig contract voor electriciteit af. Hierdoor waren in 2007 de kosten van electriciteit ongeveer € 6 miljoen hoger. Daarnaast bracht het uitbreidingsprogramma in Foodretail forse, éénmalige kosten met zich mee. Afhankelijk van de wijze van toerekening, kwamen deze kosten uit op een bedrag tussen € 5 en 10 miljoen.
Het bedrijfsresultaat is toegenomen met 6 %, van € 90 miljoen in 2006 naar € 96 miljoen in 2007. Van dat resultaat is € 87 miljoen toe te rekenen aan Foodservice en € 5 miljoen aan Foodretail. Het restant van € 4 miljoen is de opbrengst van winkelvastgoed. Ook hier is de spectaculaire verbetering van Foodservice duidelijk zichtbaar. Het bedrijfsresultaat van dit bedrijfsonderdeel is van € 64 miljoen in 2006 met € 23 miljoen toegenomen tot € 87 miljoen in 2007. Het bedrijfsresultaat in een percentage van de omzet is toegenomen tot 6,5 %. Dat is op operationele basis het hoogste percentage dat Sligro Food Group tot op heden ooit heeft gerealiseerd. Tegelijkertijd laat deze segmentering zien dat de resultaten in Foodretail sterk onder druk staan. Ondanks de toegenomen omzet is het bedrijfsresultaat sterk gedaald: van € 23 miljoen in 2006 naar € 5 miljoen in 2007 betekent een daling van € 18 miljoen.
Ook op de balans is de toegenomen omvang van de bedrijfsactiviteiten terug te vinden. De overname van Edah via S&S Winkels is feitelijk nagenoeg geheel afgewikkeld en is terechtgekomen in de materiële en immateriële vaste activa. In 2007 is heel veel geïnvesteerd. In de ombouw van 50 EM-TÉ supermarkten in 2007 is circa € 35 miljoen geïnvesteerd. Andere belangrijke investeringen zijn het nieuwe Diepvries DC in Veghel en de aankoop van grond in Veghel voor toekomstige uitbreidingmogelijkheden. Het eigen vermogen is toegenomen door winstinhouding. De totale rentedragende schuld is het afgelopen jaar gestabiliseerd op ongeveer € 250 miljoen.
Tot slot laat de heer Van Rozendaal de meerjarenoverzichten zien van de omzet, het bedrijfsresultaat, de nettowinst en de winst en het dividend per aandeel. Vooruitlopend op het volgende agendapunt is in het laatste overzicht het voorstel verwerkt om het dividend met 13 % te verhogen tot € 0,65 per aandeel.
Foodretail (A.J.M. Voets)
De heer Voets begint zijn presentatie met een toelichting op de belangrijkste markontwikkelingen binnen foodretail in Nederland. Daarna volgt een overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van foodretail binnen Sligro Food Group.
In 2007 zijn de marktomstandigheden verbeterd. Het consumentenvertrouwen is toegenomen en de omzetgroei bedraagt circa 4 %. Er is sprake van een omslag in supermarktland. Niet alleen prijs is nog van belang, maar er is meer ruimte voor andere commerciële elementen. De aandacht is verschoven naar kwaliteit en service. Er is ruimte voor upgrading en verbreding van het assortiment. Daarnaast wordt ook veel aandacht besteed aan loyaliteitsprogramma's, zoals diverse spaaracties. De boodschappenpakketactie van EM-TÉ in het eerste kwartaal van 2008 is daar een goed voorbeeld van. De inflatie is sterk toegenomen, zeker eind 2007. De prijzen van graan, vlees en zuivel zijn sterk gestegen. Dat gaf en geeft veel druk op consumentenprijzen en druk op de marges. De marktleider is veruit het sterkst gegroeid, de rest blijft met een groei van circa 2 % behoorlijk achter.
In 2007 is er binnen Sligro Food Group op het gebied van Foodretail veel gebeurd. De Edah activiteiten van S&S Winkels zijn afgebouwd. Er zijn nog eens 60 volwaardige Edah winkels omgebouwd naar EM-TÉ en Golff.
Daarnaast is in september 2007 een begin gemaakt met de overdracht van formules Attent en MeerMarkt van Prisma aan Spar. De overdracht van deze activiteiten zal volgens planning voor de zomer van 2008 zijn afgerond. Enerzijds gelooft Sligro Food Group in een sterke nationale groothandel voor kleinschalige retailers waartoe Spar, Attent en MeerMarkt kunnen worden gerekend. Anderzijds kan Sligro Food Group zich hierdoor volledig richten op fullservice supermarkten van een wat groter formaat en daardoor de efficiëncy verbeteren.
Verheugend was dat EM-TÉ in 2007 door het GfK werd aangewezen als beste versverkopende supermarkt van Nederland. De toewijzing was gebaseerd op basis van fair shares ofwel omzetaandelen.
In 2007 is veel tijd gestoken in het ombouwproces van Edah. Daardoor was er in 2007 nog onvoldoende tijd ter beschikking voor de optimalisatie van diverse processen. Wat daar ook bij speelt is dat de prijsperceptie van Golff en EM-TÉ supermarkten nog te hoog is. De realiteit is lager. Dat moet worden verbeterd.
In 2007 is veel geïnvesteerd in de supermarkttak van Sligro Food Group, maar nog niet veel geoogst omdat daar de tijd nog niet rijp voor is geweest. De opdracht voor 2008 is om daar verandering in te brengen. De omzet en de marge moeten omhoog en de kosten omlaag, en dat tegelijkertijd.
Foodservice (K. Slippens)
De heer Slippens begint zijn presentatie met een toelichting op de belangrijkste markontwikkelingen binnen foodservice in Nederland. Daarna volgt een overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van foodservice binnen Sligro Food Group.
De foodservicemarkt heeft in 2007 een heel goed jaar doorgemaakt. Alles bij elkaar hebben consumenten in 2007 bijna € 19 miljard besteed in de buitenshuismarkt ofwel de foodservicemarkt. Daarbij wordt opgemerkt dat het totaal van de consumentenbestedingen niet hetzelfde is dan de verkoopmarkt van de foodserviceactiviteiten van Sligro Food Group. In de consumentenbestedingen is immers ook de toegevoegde waarde van de afnemers van Sligro Food Group begrepen, zoals bijvoorbeeld bij de horecaondernemers. Door het FoodService Instituut Nederland is becijferd dat € 19 miljard consumentenbestedingen in de foodservicemarkt ongeveer een groothandelsmarkt exclusief B.T.W. vertegenwoordigt van € 6 miljard.
De totale foodservicemarkt in Nederland is in 2007 met 6,2 % gestegen. Daarvan kwam 2,2 % uit prijsverhogingen en 4 % was het gevolg van een groei van het volume, dus meer goederen. Na een aantal jaren van stagnatie was er in 2007 dus weer sprake van groei.
De trend is dat een steeds groter deel van de bestedingen aan food door de consument buitenshuis wordt uitgegeven. In 2007 was dat in Nederland 34,7 %, in Engeland 43,5 % en in de V.S. zelfs al 51 %.
In de groothandelsmarkt van € 6 miljard heeft Sligro Food Group volgens de berekeningen van FoodService Instituut Nederland een marktaandeel van ongeveer 17,5 % en is daarmee in dit segment marktleider. In 2007 heeft Sligro Food Group het goed gedaan in deze groeiende markt. Met een autonome omzetontwikkeling van ruim 7 %, groeide Foodservice bij Sligro Food Group harder dan de markt. Binnen Sligro was de groei 6,3 %, zowel in de zelfbediening als in de bezorging. De groei van Inversco-Van Hoeckel kwam zelfs uit op bijna 12 %.
Sligro heeft zich in 2007 vooral geconcentreerd op middelgrote nationale klanten en regionale klanten. Vooruitgang is er geboekt in het opsplitsen van de zelfbediening en de bezorging. Langzaam maar zeker zijn alle zelfbedieningsvestingen vrijgemaakt van bezorgomzet en die bezorgomzet is ondergebracht in de Sligro Bezorgservice-vestigingen. Dit heeft inmiddels geleid tot een efficiëntere en betere manier van werken, zowel in de zelfbediening als in de bezorging. De margeontwikkeling is goed geweest, mede door de verkoop van meer eigen merken. Ook de kosten waren goed onder controle. In oktober 2007 werden de horeca-activiteiten en het pand van Desimo in Leeuwarden overgenomen. In dat pand zal binnenkort een zelfbedieningsgroothandel worden geopend. In 2007 werd overigens ook een nieuwe zelfbedieningsgroothandel geopend in Hilversum. De relocatie van de vestiging in Weert ging gepaard met de toevoeging van het dagvers assortiment, hetgeen een groot succes bleek.
Inversco en Van Hoeckel zijn allebei bedrijven die op de institutionele markt zijn gericht. Van Hoeckel is sterk in droge kruidenierswaren en diepvries en Inversco juist sterk als het gaat over vers en convenience, dus kant en klaar producten. Die twee bedrijven vullen elkaar goed aan en in 2007 is veel gedaan aan commerciële en organisatorische integratie van die twee bedrijven. Dit traject zal in 2008 nog worden voortgezet.
De productie-activiteiten binnen Sligro Food Group zijn in 2007 samengebracht in één afzonderlijke organisatie, Sligro Fresh Partners. Dit betreft de visverwerker SmitVis te Veghel, de producent van hoogwaardige pattiserie, Maison Niels de Veye te Diemen en de maaltijden en maaltijdencomponenten productielocaties van Culivers te Eindhoven, Amsterdam en Ter Apel. De productie-activiteiten zijn geen doel op zich, maar zij moeten waarde toevoegen aan het onderscheidend vermogen van Sligro Food Group zowel op de foodservice- als de foodretailmarkt. In dit kader werd vorig jaar, en ook nog dit jaar, voor een bedrag van ongeveer € 8,5 miljoen geïnvesteerd in de bouw een moderne productiefaciliteit voor maaltijden en maaltijdcomponenten in Eindhoven.
Tot slot geeft de heer Slippens een korte toelichting op de plannen voor 2008 van Foodservice. In navolging van de vestiging te Weert zullen de vestigingen in Emmen, Nijmegen en Heerlen in 2008 worden omgebouwd van een type 1vestiging naar een type 2 vestiging door toevoeging van een volwaardig dagvers assortiment. Voorts wordt in 2008, zoals reeds opgemerkt, in Leeuwarden een zelfbedieningsvestiging geopend. De zelfbedieningsvestiging in Den Bosch zal fors worden uitgebreid tot één van de grootste vestigingen van Sligro (type 4). In 2008 zal ook de opsplitsing van zelfbediening en bezorging in West Brabant grotendeels worden afgerond. Hetzelfde geldt voor de verzelfstandiging van de productiefaciliteiten en de integratie van Inversco en Van Hoeckel op het gebied van administratie en ICT. De bezorging zal verder worden geprofessionaliseerd. En tot slot zullen de verkoopconcepten van Culivers zowel bij Foodservice als Foodretail in de markt worden gezet.
Vooruitzichten 2008 (K. Slippens)
Bij Foodretail moeten drie dingen gebeuren: de omzet verder omhoog, de marge verder omhoog en de kosten verder omlaag. Dat klinkt overigens makkelijker dan het is. Het financiële effect daarvan zal naar verwachting vooral in de tweede helft van dit jaar zichtbaar worden. In de tweede helft van vorig jaar zijn immers nog heel veel EM-TÉ winkels omgebouwd en geopend. Die winkels zaten vorig jaar dus nog niet in de cijfers over de eerste helft van het jaar en die zitten er dit jaar wel in. En omdat die vestigingen nog niet op het beoogde niveau zijn, dragen die in de eerste helft van 2008 nog negatief bij aan de resultaten.
De globale inschatting is dat de groei van de omzet van EM-TÉ en Golff ongeveer zal wegvallen tegen het afstoten van de Attent en MeerMarkt omzet naar Spar. Ook wordt ingeschat dat het aandeel in het rendement van Spar in grote lijnen gelijk zal zijn aan de winstbijdrage die voorheen werd behaald met MeerMarkt en Attent. Dit uiteraard exclusief de éénmalige bate tengevolge van de overdracht van de Attent- en MeerMarkt formules van het afgelopen jaar.
Voor wat betreft Foodservice zijn de verwachtingen positief over de markt en over rol daarin van Sligro Food Group.
Mede in verband met Foodretail is het nu nog te vroeg om een betrouwbare prognose voor het resultaat over 2008 af te geven. In de trading update van 17 april 2008 zal nader worden ingegaan op de ontwikkelingen in het eerste kwartaal van 2008.
De heer K. Slippens sluit dit onderdeel af met het onder de aandacht brengen van het thema van dit jaar: 'met passie, professie en poen'.
Na de presentaties geeft de voorzitter gelegenheid tot het stellen van vragen over het eerste deel van het jaarverslag, namelijk het directieverslag. Omwille van goed verloop van de vergadering, vraagt de voorzitter de vragenstellers zich te beperken tot maximaal drie vragen.
De heer Rienks stelt de volgende vragen:
1) Na de overdracht van Attent en MeerMarkt aan Spar heeft Sligro Food Group, evenals Sperwer, 45 % van de aandelen in Spar. Hoe ziet u de samenwerking met Sperwer ? Hoeveel procent van de leveringen van de DC's Kapelle en Putten gaat straks naar de Spar winkels ? 2) In het GfK diagram van dit jaar is, in vergelijking met het diagram van vorig jaar, EM-TÉ naar beneden gezakt en Golff nauwelijks omhoog gegaan. Hoe wordt dit probleem opgelost ?
Deze vragen worden als volgt beantwoord:
1) (A. Slippens) Sperwer en Sligro Food Group hebben ieder 45 % van de aandelen in Spar. De resterende 10 % van de aandelen is in handen van de Spar-ondernemers. Wij hebben goede ervaringen met Sperwer opgedaan bij de overname van Edah en dat geeft ons ook vertrouwen in deze samenwerking met Sperwer bij Spar. Mocht het zo zijn dat Sligro Food Group en Sperwer het een keer samen niet eens worden, dan kunnen Sligro Food Group en Sperwer niet in patstelling terechtkomen omdat de ondernemers dan op de wip zitten. Het antwoord op het tweede deel van de eerste vraag is 0 %. Zodra MeerMarkt en Attent zijn overgedragen aan Spar worden de leveringen niet meer verzorgd door Sligro Food Group, maar door Spar zelf. 2) (A. Voets) Het GfK rapport van vorig jaar was gebaseerd op 30 winkels en de meting van dit jaar op 80 winkels. Daarin zijn dus de voormalige Edah winkels meegenomen die vorig jaar nog heel laag stonden. Voor die groep winkels is dus in feite sprake van een aanzienlijke verbetering. Golff heeft dit jaar beter gescoord dan vorig jaar, maar nog te gering.
De heer Dekker (VEB) heeft een drietal vragen:
1) Kunt u aangeven wat de synergie is tussen Foodretail en Foodservice en ook hoe u aankijkt tegen de schaalgrootte van Foodretail op dit moment ? 2) Jumbo heeft een prachtige positie, ook qua rentalbiliteit. Streeft u ook naar zo'n positie en is dat haalbaar ? 3) Het lijkt erop dat in de toekomst de rendementen in Foodservice hoger zullen zijn dan in Foodretail. Geeft u op langere termijn daarom dan toch de voorkeur aan acquisities in Foodservice boven acquisities in Foodretail ?
Deze vragen worden als volgt beantwoord:
1) (A. Slippens) Synergievoordelen zijn vooral mogelijk op het terrein van de backoffice, en in mindere mate op het terrein van de frontoffice. Wij werken in Foodretail en Foodservice bijvoorbeeld met hetzelfde centrale distributiecentrum, met één automatiseringsafdeling, met één afdeling P&O. Het voorraadplanningssysteem en het personeelsplanningssysteem die we voor Foodservice hebben ontwikkeld, zijn heel goed toe passen bij Foodretail. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen. De schaalgrootte van Foodretail kun je dus niet los zien van de schaalgrootte van Foodservice. 2) (A. Slippens) Wij kennen de rentabiliteit van Jumbo niet. Wij weten dus ook niet of we die na moeten streven. Helder is wel dat Jumbo een goede positionering heeft. 3) (H. van Rozendaal) We hebben een aantal jaren gehad dat de rendementen in Foodservice en Foodretail op nagenoeg hetzelfde percentage uitkwamen. Dat was ook het geval in 2006. In 2007 is dat inderdaad niet het geval, maar dat rechtvaardigt naar onze mening niet uw conclusie voor de lange termijn. We zullen zien wat de toekomst op dat terrein brengt. Helder is wel dat een bedrijfsresultaat van 0,6 % zeker niet het ambitieniveau is wat deze directie nastreeft.
De heer Van Praag stelt de volgende vraag:
Hoe staat de Golff winkel in Utrecht er financieel voor en wat gaat u daar aan doen ?
Deze vraag wordt als volgt beantwoord:
(A. Slippens) Wij geven geen inlichtingen over individuele ondernemers.
De heer Beijers (Orange Oranje Participaties en Orange Fund N.V.) complimenteert de directie met het jaarverslag en merkt op dat het niet alleen een helder inzicht geeft in de activiteiten van Sligro Food Group maar ook over de markten waarin men werkzaam is. De heer Beijers stelt drie vragen:
1) Hoe vindt de integratie van ICT systemen van Inversco en Van Hoeckel plaats ? Gebeurt dat met eigen mensen of wordt dat werk uitbesteed ? Zijn daar veel kosten mee gemoeid en wanneer moet dat klaar zijn ? 2) Is het voor de plannen om een aantal Sligro zelfbedieningsgroothandels om te bouwen van een type 1 naar een type 2 nodig om grond bij te kopen of gaat de uitbreiding ten koste van parkeerplaatsen ? 3) Kunt u een indicatie geven hoe de eerste 10 à 20 van Edah naar EM-TÉ omgebouwde winkels presteren ?
Deze vragen worden als volgt beantwoord:
1) (K. Slippens) De integratie van de ICT systemen van Inversco en Van Hoeckel wordt uitgevoerd door onze eigen ICT afdeling. Wel is er inmiddels een specifiek softwarepakket voor produktiebedrijven aangeschaft. Zodra de produktiebedrijven van dat pakket gebruik kunnen maken, wordt het overblijvende gedeelte van Inversco op de bestaande Sligro systemen overgezet. Afgezien van de kosten van het nieuwe softwarepakket voor de produktiebedrijven, zijn er nauwelijks extra kosten. 2) (K. Slippens) In enkele type 1 vestigingen is voor de ombouw naar een type 2 vestiging binnen het pand voldoende ruimte aanwezig. Ook zijn er enkele locaties waar het pand zelf niet groot genoeg is, maar waar het terrein wel groot genoeg is om er een gedeelte bij te bouwen. Bij de locaties waar we geen grond bij hoeven te kopen gaan we het eerst aan de slag. In andere gevallen zal moeten blijken of het bijkopen van grond mogelijk en wenselijk is (N.B. zie voor de kenmerken van de vier verschillende typen zelfbedieningsgroothandels blz. 39 van het jaarverslag 2007) . 3) (A. Slippens) In de presentatie van de heer Voets heeft u gezien hoe onze aanpak is. In wezen is het een simpel systeem: omzet maal marge min kosten is winst. Omzet staat niet voor niets vooraan, dus wij werken hard aan de omzet. Op uw vraag hoe de omzet zich ontwikkelt, kan ik antwoorden dat het de goede kant op gaat. Aan de marge moet je ook werken, maar op dit moment nog niet ten koste van de omzet. Met het verminderen van de kosten zijn we bezig, bijvoorbeeld door de reorganisatie van de distributiecentra in Kapelle en Putten en door de invoering van een personeelsplanningsyteeem en een voorraadplanningssysteem.
De heer J. van der Windt stelt een gecombineerde vraag over het jaarverslag en de jaarrekening. Hij merkt op dat de personeelskosten het afgelopen jaar met ongeveer 35 % zijn gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor, en de omzet met 22%. Uit de film bleek dat in de distributiecentra orders handmatig worden verzameld. De vraag van de heer Van der Windt is waarom orders niet volledig geautomatiseerd en gemechaniseerd worden verzameld.
Deze vraag wordt als volgt beantwoord:
(H. van Rozendaal) Een automatische vergelijking maken tussen de ontwikkeling van de personeelskosten en de ontwikkeling van de omzet is niet terecht. Belangrijk is om te onderkennen in welk segment de omzet is toegenomen. Het voorbeeld in mijn presentatie tussen groothandelsomzet en detailhandelsomzet laat dit duidelijk zien. Als wij omzet door verkoop in een Golff supermarkt realiseren, dan staat het personeel in die supermarkt niet op onze payroll, maar op de payroll van de zelfstandige ondernemer. Als wij aan een EM-TÉ supermarkt leveren dan hebben we een iets hogere omzet omdat dan ook de hogere prijs in de winkel in onze cijfers komt, maar dan staat ook het personeel op onze payroll. De verhouding omzet versus loonkosten ligt dan heel anders. Sligro Food Group doet heel veel aan automatisering en mechaniseirng van het logistieke proces. In het logistiek proces is slim werken heel belangrijk. ICT systemen zijn daarin dominant en de ontwikkelingen op dat gebied gaan heel snel. Het doel is echter niet om personeelskosten te besparen, maar om kosten te besparen. Binnen onze branche met meer dan vijftigduizend artikelen zou een volledig geautomatiseerd en gemechaniseerd systeem niet leiden tot de laagste kosten. Mechanisering heeft alleen zin als dat uiteindelijk onderaan de streep bijdraagt aan het resultaat.
De heer Burgers (Add Value Fund) spreekt zijn waardering uit voor de goede presentaties en het inzicht dat er is gegeven. Hij stelt vervolgens de volgende vragen:
1) Op bladzijde 21 van het jaarverslag wordt gesteld dat bij de doelstelling van autonome groei een inflatieniveau van ongeveer 2 % is verondersteld. Voor zuivel, vlees en tarwe is sinds enige tijd sprake van enorme prijsstijgingen.Welke gevolgen hebben deze ontwikkelingen voor Sligro Food Group en haar concurrentiepositie ? 2) De tweede vraag betreft de electriciteitsrekening. Ik begrijp dat de prijs in vorige overeenkomst voor een lange termijn was vastgezet. Ik vroeg mij af hoe die nieuwe overeenkomst er uit ziet en of er over enkele jaren zich weer zoiets kan voordoen ? 3) De heer K. Slippens gaf in zijn presentatie aan dat bij Foodservice de focus ligt op middelgrote nationale klanten en regionale klanten. Hoe zit het met de grote nationale klanten?
Deze vragen worden als volgt beantwoord:
1) (H. van Rozendaal) In het jaar 2007 was het inflatieniveau in onze omzet 2 % Dat was in het begin van het jaar minder dan op het einde van het jaar. Toen is dat percentage snel omhoog gegaan, en op dit moment is dat misschien zelfs wel ongeveer 4 %. Maar dat hogere niveau was niet het gemiddelde niveau van vorig jaar. Uiteindelijk bepaalt de markt of wij prijsverhogingen kunnen doorberekenen aan onze klant. Wel vormen dit soort prijsstijgingen op de langere termijn een bedreiging voor de algehele prijsrust in de Nederlandse foodretailmarkt. Maar omdat Sligro Food Group lid is van Superunie hebben wij in ieder geval wat dat betreft zeker geen nadeel ten opzichte van onze concurrentie. 2) (H. van Rozendaal) Voor wat betreft de electra hebben we nu een lopende overeenkomst waarin de prijs van de electriciteit tot en met 2010 is vastgezet. Of dat verstandig is weten we in ieder geval zeker in 2010. Op dit moment lijkt dat wel overigens wel het geval. 3) (K. Slippens) Wij richten ons zeker ook op de grote nationale klanten. Waar het om gaat is dat wij maximaal toegevoegde waarde bieden aan klanten die meer van ons willen dan alleen maar de logistieke dienstverlening. Dus klanten met brede assortimenten die graag mee willen liften op onze schaalgrootte en inkoopvolumes. Als een klant het alleen te doen is om de logistieke dienstverlening blijven onze andere sterke punten buiten beeld en is onze toegevoegde waarde vanzelfsprekend een stuk beperkter. |